Avoid typical Dutch slip-ups with examples from Anita and Henk: ik zal, formal u vs informal je, hun vs hen, and d/t spelling like gebakken.
0:00Zeg jij wel eens 'ik zal' in plaats van 'ik zal'?
Do you ever say 'I will' instead of 'I will'?
0:03Eén klein klankje en hop, iedereen kijkt je raar aan of begint te lachen. One little sound and bam, everyone looks at you weird or starts laughing.
0:09Vandaag leer je precies zulke veelgemaakte fouten te vermijden op A2-niveau. Today you'll learn to avoid exactly those common mistakes at A2 level.
0:15Handig voor in het café, in de winkel en op je werk, zodat je niet meer twijfelt en gewoon zeker praat. Handy for the café, in the store, and at work, so you don't hesitate and just speak confidently.
0:23We doen echte voorbeelden, korte rolspellen en simpele regels die je meteen kunt gebruiken. We’ll do real examples, short role plays, and simple rules that you can use right away.
0:28Nou, dat scheelt gênante momenten, hoor.
Well, that saves you from embarrassing moments.
0:33Hoi, ik ben Henk en naast mij zit Anita.
Hi, I'm Henk and beside me is Anita.
0:37Hoi, en wie wil oefenen? De hele les staat op Vocabli.
Hi, and who wants to practice? The whole lesson is on Vocabli.
0:42Oké, terug naar de grapjes en de valkuilen.
Okay, back to the jokes and the pitfalls.
0:46De grootste drie vandaag: u of je, dat lastige hun en hen en die eeuwige desentees in het verleden. The top three today: you or u, that tricky their and them, and those eternal past tenses.
0:54Klinkt saai, maar we maken het leuk, beloofd.
Sounds boring, but we'll make it fun, I promise.
0:56Ja, en we beginnen met u en je. Yes, and we'll start with u and you.
1:01Veel luisteraars zeggen meteen je, maar in de winkel of bij een oudere persoon is u meestal veiliger. Many listeners immediately say you, but in the store or with an older person, u is usually safer.
1:08Tot iemand zegt: zeg maar je, hoor. Until someone says: just say you, okay?
1:12Als jij twijfelt, kies u. If you’re unsure, choose u.
1:16Het voelt misschien stijf, maar mensen vinden het vaak netjes.
It may feel stiff, but people often find it polite.
1:21En je kunt altijd omschakelen als iemand je tutoieert, dus je zegt gewoon: oh, oké, je. And you can always switch if someone addresses you informally, so you just say: oh, okay, you.
1:28Zullen we meteen een mini-rolspel doen? Shall we do a mini role play right away?
1:31Ik ben de klant, jij bent de ober in een café.
I’m the customer, you’re the waiter in a café.
1:35Let op het verschil tussen je en u, en ook even op zal, niet zal. Pay attention to the difference between you and u, and also between will and won’t.
1:39Top, daar gaan we.
Great, here we go.
1:43Belangrijk punt: spreek rustig en glimlach. Important point: speak slowly and smile.
1:47Dat helpt altijd.
That always helps.
1:50Goedemiddag, meneer, mag ik de kaart even zien?
Good afternoon, sir, may I please see the menu?
1:54En u heeft misschien havermelk? And do you perhaps have oat milk?
1:56Natuurlijk, mevrouw, hier is de kaart.
Of course, ma’am, here’s the menu.
2:00Zal ik vast water brengen?
Shall I bring still water?
2:05En daarna neem ik een cappuccino.
And after that, I’ll have a cappuccino.
2:09Oh ja, kunt u er cacao op doen? Oh yes, can you sprinkle cocoa on top?
2:12Komt voor elkaar.
Consider it done.
2:14Ik breng het zondag.
I’ll bring it on Sunday.
2:16En ik zeg even tegen de luisteraar: hoor je het? And I’ll just remind the listeners: do you hear it?
2:18U, u, u, en zal met een z, niet zal. U, u, u, and will with a z, not won’t.
2:24En als de ober jong is en zegt: zeg maar je, hoor, dan kun je meteen overschakelen. And if the waiter is young and says: just say you, feel free to switch.
2:30Top, breng je ook een glas water? Great, will you also bring a glass of water?
2:34Zo simpel is dat.
It’s that simple.
2:36Kleine tip: als jij belt naar een huisarts of gemeente, begin ook met u. Little tip: when you call a doctor or a municipality, start with u too.
2:41Dat voelt professioneel.
It feels professional.
2:43En geloof me, niemand wordt boos van beleefdheid.
And believe me, nobody gets upset over politeness.
2:48Over boos gesproken, ik had ooit een winkeldame die zei: zeg maar u tegen mij, mevrouw. Speaking of upset, I once had a saleslady who said: just say u to me, ma’am.
2:55Oef, ik zei per ongeluk: je. Oops, I accidentally said you.
2:58Niet leuk, maar ik leerde het meteen goed.
Not fun, but I learned the lesson immediately.
3:03En dan de uitspraakblunder.
And then the pronunciation blunder.
3:05Zal in plaats van zal.
Will instead of will.
3:07Het is zal, met een z, zeg maar zacht, zal.
It’s will, with a z, say it softly, will.
3:10Als je zal zegt, denk ik meteen aan zout, haha. When you say will, I immediately think of salt, haha.
3:16Ik ken iemand die heel zeker: ik zal later betalen, zei.
I know someone who confidently said: I will pay later.
3:21De hele groep grinnikte.
The whole group chuckled.
3:23Pijnlijk momentje, maar daarna vergat die persoon het nooit meer.
Painful moment, but that person never forgot it.
3:28Sometimes you learn this way, right?
3:31Oké, volgende mijnenveld.
Okay, next minefield.
3:35Veel Nederlanders maken hier zelf fouten, dus voel je niet slecht. Many Dutch people make mistakes here, so don’t feel bad.
3:39Maar als je het goed kunt, klinkt het meteen supernetjes. But if you get it right, it sounds really neat.
3:44Simpel gezegd: hun gebruik je als iemand iets krijgt, dus als meewerkend voorwerp. Simply put: you use ‘their’ when someone receives something, so as an indirect object.
3:51Bijvoorbeeld: ik geef hun de tas. For example: I give them the bag.
3:54En hen is leidend voorwerp of na een voorzetsel. And ‘them’ is the direct object or after a preposition.
3:58I’ll see them tomorrow.
4:02Let op: in spreektaal hoor je soms hun hebben honger. Note: in spoken language, you might hear ‘their’ being hungry.
4:06In de standaardtaal is dat fout.
In standard language, that's incorrect.
4:08Zeg: zij hebben honger.
Say: they are hungry.
4:12Of: ze hebben honger.
Or: they're hungry.
4:15Dat is veiliger en klinkt beter in een mail of op je werk. That’s safer and sounds better in an email or at work.
4:20Zullen we even oefenen met korte zinnen? Shall we practice with short sentences?
4:23Jij zegt twee zinnen, ik kies hun of hen. You say two sentences, I choose ‘their’ or ‘them’.
4:27Als ik fout zit, verbeter je me. If I'm wrong, you correct me.
4:30Klinkt goed.
Sounds good.
4:32Daar gaan we.
Here we go.
4:33Ik geef de menukaart.
I give the menu.
4:37Ik geef hun de menukaart. I give them the menu.
4:39Want ze krijgen iets.
Because they’re receiving something.
4:45Ik wacht bij de ingang.
I’m waiting by the entrance.
4:48Ik wacht op hen bij de ingang. I’m waiting for them by the entrance.
4:51Omdat er op in zit, een voorzetsel.
Because there's a preposition involved.
4:56En nu een valstrik.
And now a trick.
4:58Ik zie morgen in de trein.
I'll see you on the train tomorrow.
5:03Ik zie hen morgen in de trein. I’ll see them on the train tomorrow.
5:06Leidend voorwerp.
Direct object.
5:08Yes, precies.
Yes, exactly.
5:11Als je twijfelt in spreektaal, gebruik gewoon ze, dan zit je bijna altijd goed. If you’re unsure in spoken language, just use ‘they’, you’re almost always right.
5:16Maar voor netjes schrijven is dit verschil wel handig.
But for writing neatly, this difference is helpful.
5:19Oké, derde fout.
Okay, third mistake.
5:22D en T in het verleden, vooral het voltooid deelwoord.
D and T in the past, especially in the past participle.
5:27Mensen zeggen soms: ik heb gebakt.
People sometimes say: I have baked.
5:30Maar het is: ik heb gebakken. But it’s: I have baked.
5:32En ik heb gekookt, met een temperatuur.
And I have cooked, with a temperature.
5:36Kleine vuistregel.
A simple rule of thumb.
5:38Heel simpel.
Very simple.
5:39Hoor je aan het eind van de stam een F, S, C, H, P, T of K, dan krijg je vaak een T in het voltooid deelwoord. If you hear an F, S, C, H, P, T, or K at the end of the stem, you often get a T in the past participle.
5:47Ja, en sommige woorden zijn gewoon anders, zoals bakken gebakken en zeggen gezegd. Yes, and some words are just different, like bake baked and say said.
6:02Die moet je even onthouden. You should remember that.
6:05Schrijf het desnoods op een kaartje en oefen elke dag.
Write it down on a card if you have to and practice every day.
6:09Even tussendoor, een mini-verhaal.
Just in between, a mini-story.
6:12Ik zei vroeger: ik heb geantwoord.
I used to say: I answered.
6:15Met een temperatuur keek mijn docent me zo aan van: hem, nee.
My teacher looked at me with a temperature like: him, no.
6:19Sindsdien hoor ik dat T'tje gewoon in mijn hoofd tikken.
Since then, I hear that T ticking away in my head.
6:25Zullen we nu een korte samenvatting doen? Shall we do a quick summary now?
6:28Even testen.
Let’s test it.
6:30Komt ie.
Here it comes.
6:31Wat zeg je in een winkel als je beleefd wil zijn: je of u? What do you say in a store if you want to be polite: you or formal you?
6:36En als iemand zegt: zeg maar je, dan stap je over naar je. And if someone says: just say you, then you switch to you.
6:45Goed, terug naar de praktijk.
Alright, back to practice.
6:48Nog een rolspelletje, maar nu in een bakkerij.
Another role play, but now in a bakery.
6:51Jij bent de klant die netjes u gebruikt en we smokkelen er ook een voltooid deelwoordzinnetje in. You are the customer using formal you, and we’ll sneak in a past participle sentence too.
6:57Goedemorgen, mag ik twee volkoren broden?
Good morning, may I have two whole wheat loaves?
7:01En kunt u het snijden, alstublieft? And could you slice it, please?
7:07Would you like it in a bag?
7:09En nu voor de luisteraar.
And now for the listener.
7:11Gisteren heb ik ook brood, euh, gebakken. Yesterday I also, um, baked bread.
7:18Ja, graag, in één zak is goed.
Yes, please, one bag is fine.
7:21En heeft u misschien ook eierkoeken? And do you perhaps have egg cakes too?
7:23En nu hoor ik mezelf denken: ik heb net afgerekend, afgerekend met een D of T? And now I hear myself thinking: did I just settle up, settle up with a D or T?
7:34De stam is reken, geen harde klank op het eind, dus vaak D.
The root is reken, no hard sound at the end, so often D.
7:39Maar hé, als je twijfelt, vraag gewoon: schrijft u dat met een D? But hey, if you’re in doubt, just ask: do you write that with a D?
7:44Nederlanders vinden dat meestal leuk en behulpzaam.
Dutch people usually find that nice and helpful.
7:48Nog een ding dat vaak misgaat: jij en u door elkaar in één gesprek. One more thing that often goes wrong: mixing you and formal you in one conversation.
7:53Dat klinkt een beetje gek.
That sounds a bit strange.
7:56Kies er één en blijf daarbij, tot de ander je uitnodigt om te wisselen. Choose one and stick to it, until the other invites you to switch.
8:02En cultureel zit er ook wat emotie op.
And culturally, there’s some emotion attached as well.
8:06Sommige mensen zijn heel relaxed.
Some people are very relaxed.
8:10Anderen zijn precies en willen u. Others are precise and want formal you.
8:13Dat is geen ramp.
That’s no big deal.
8:15Gewoon even luisteren en volgen.
Just listen and follow along.
8:17En dan die discussie onder Nederlanders zelf, hè.
And then that discussion among Dutch people themselves, right.
8:23Sommigen zeggen: ach, taal leeft, fouten zijn oké.
Some say: oh, language is alive, mistakes are okay.
8:27Anderen willen alles netjes.
Others want everything tidy.
8:30Voor jou als leerder is het slim om formeel te kunnen; dan kun je altijd zakken naar informeel. For you as a learner, it's smart to be able to use formal; then you can always drop down to informal.
8:37Mooi gezegd.
Well said.
8:39Nog even terug naar hun en hen, want dat blijft lastig. Let’s get back to their and them, because that remains tricky.
8:42Onthoud vooral wat je niet zegt in standaardtaal. Especially remember what you don’t say in standard language.
8:48Zeg: zij zijn boos.
Say: they are angry.
8:51In spreektaal hoor je het, maar jij kiest beter veilig. You'll hear it in spoken language, but you better play it safe.
8:55Ja, en schrijf niet hen waar een bezittelijk woord nodig is. Yes, and don't use 'them' where a possessive word is needed.
9:00Zeg hun tas voor de duidelijkheid. Say their bag for clarity.
9:03Their bag doesn’t exist.
9:05Klein ding, groot verschil.
Small thing, big difference.
9:09Uitspraakhoekje.
Pronunciation corner.
9:11Zal met z, zoals in zee.
With a 'z', like in sea.
9:14En zij je per ongeluk zal? And did you accidentally say 'shall'?
9:17Lach erom en verbeter jezelf.
Laugh it off and correct yourself.
9:19Oh, ik bedoel zal.
Oh, I mean 'shall'.
9:25Weet je nog die vriend die zei: ik zal later komen? Remember that friend who said: I’ll come later?
9:29Hij ging rood, iedereen lachte zachtjes, en nu zegt hij altijd expres: ik zal.
He turned red, everyone chuckled softly, and now he always says 'I shall' on purpose.
9:36Best grappig, en het werkt.
Quite funny, and it works.
9:38Nog een valkuil: verleden tijd zondigen.
Another pitfall: past tense errors.
9:42Mensen zeggen soms: ik heb kookt, of ik heb bak.
People sometimes say: I have cooked, or I have baked.
9:46Nee, ik heb gekookt, en ik heb gebakken. No, I have cooked, and I have baked.
9:50Dat kleine g helpt echt veel.
That little 'g' really helps a lot.
9:53En let op bij woorden met bie, ge, ver, her, er, ont.
And pay attention to words with 'bie', 'ge', 'ver', 'her', 'er', 'ont'.
9:57Dan heb je vaak geen extra ge meer. Then you often don’t need extra 'ge'.
10:00Bijvoorbeeld: ik heb betaald, niet gebetaald; wacht, haha, daar zit al ge in, maar het komt van betalen.
For example: I have paid, not 'have payed'; wait, haha, there's already a 'ge' in there, but it comes from 'pay'.
10:10Oké, laat maar, het punt is: leer ze per woord.
Okay, never mind, the point is: learn them word by word.
10:13Ja, soms wordt het verwarrend, maar hou het praktisch.
Yes, sometimes it gets confusing, but keep it practical.
10:19Schrijf je tien werkwoorden op. Write down ten verbs.
10:21Maken gemaakt, gaan gegaan, doen gedaan, zeggen gezegd, werken gewerkt, leven geleefd, koken gekookt, bakken gebakken, kopen gekocht, leren geleerd. Make made, go gone, do done, say said, work worked, live lived, cook cooked, bake baked, buy bought, learn learned.
10:30Zullen we de luisteraar een mini-oefening geven? Shall we give the listener a mini-exercise?
10:50Herhaal hardop: mag ik u iets vragen? Repeat out loud: may I ask you something?
10:55And then: shall I help you?
10:58Do you hear the shift in 'shall'?
11:00Lekker, duidelijk.
Nice, clear.
11:03And one for 'them' and 'they'.
11:05Zeg: ik geef hun de brief. Say: I give them the letter.
11:08En: ik wacht op hen buiten. And: I’m waiting for them outside.
11:11Als dat lekker klinkt, zit je goed. If that sounds good, you’re on the right track.
11:14This is how you train your ear.
11:17Als je ergens blijft haken, adem even. If you get stuck, just take a breath.
11:19Zeg: sorry, hoe zeg je dat netjes? Say: sorry, how do you say that politely?
11:24Nederlanders vinden het meestal knap dat je hun taal probeert. Dutch people usually appreciate that you’re trying their language.
11:28Eerlijk, wij maken ook fouten, elke dag.
Honestly, we make mistakes too, every day.
11:32Ja joh, sommige Nederlanders verwarren hun en hen ook. Yeah, some Dutch people mix up 'them' and 'they' as well.
11:36En die D's en T's gaan ook mis.
And those D's and T's often go wrong too.
11:39Dus geen stress, maar wel oefenen.
So no stress, but do practice.
11:42Consequent oefenen maakt je snel zekerder. Consistent practice will make you more confident quickly.
11:46Oké, laatste micro-rolspel.
Okay, last micro-roleplay.
11:51Jij bent nieuw, je vraagt hulp. You’re new, you ask for help.
11:54Focus op beleefdheid en een simpel voltooid deelwoord.
Focus on politeness and a simple past participle.
11:57Goedemorgen, kunt u me uitleggen hoe dit systeem werkt? Good morning, can you explain how this system works?
12:01Ik heb het al geprobeerd, maar ik ben vastgelopen.
I've already tried, but I'm stuck.
12:06Natuurlijk, ik zal het laten zien.
Of course, I'll show you.
12:09U heeft al veel gedaan, hoor. You've done a lot already, you know.
12:12We kijken er samen naar.
We'll take a look at it together.
12:14Can you hear it again?
12:16Zal met z en u voor beleefdheid. I’ll use “z” and “u” for politeness.
12:21Voordat we afsluiten, vraag aan jou, luisteraar. Before we wrap up, a question for you, listener.
12:25Welke fout maak jij stiekem nog steeds?
What mistake are you still secretly making?
12:29Zeg je wel eens: hun hebben of ik heb gebakt? Do you ever say: they have or I baked?
12:33Deel je voorbeeld en je tip. Share your example and your tip.
12:34En zoals we al zeiden: de complete interactieve les met transcript, woordkaarten en oefeningen staat gratis op Vocabli.
And as we already said: the complete interactive lesson with transcript, flashcards, and exercises is available for free on Vocabli.
12:44De link staat in de beschrijving.
The link is in the description.
12:45Tot de volgende keer.
Until next time.